Samenvattingen lezingen 3 oktober 1998.
Voorouders op Internet: www.archief.delft.nl - de heer dr. G.
Verhoeven, archivaris van het Gemeentearchief Delft.
Het gemeentearchief Delft is in 1997 gestart met het project Digitale Stamboom. De
bedoeling is om de indexen op alle doop-, trouw- en begraafregisters (DTB) en alle
registers van de Burgerlijke Stand (voor zover openbaar) in één
database onder te brengen. Deze database is gratis on-line raadpleegbaar via het
Internet. In januari 1998 waren alle DTB-registers (1575-1811) op deze manier
toegankelijk. Dit betekent dat kan worden gezocht in 325.000 records met 850.000
namen. Het bestand wordt in fasen uitgebreid met achtereenvolgens de overlijdens
(juni 1998), geboorten (september 1998) en huwelijken (februari 1999). Tijdens
de genealogische dag kan de Digitale Stamboom worden bekeken in een
presentatie-stand.
De spreker gaat in op de achtergronden van het project. Waarom is het opgezet?, Wat
kan er allemaal wel en wat niet? Waarom is raadpleging gratis? Hoe zijn de ervaringen
van het Gemeentearchief en van het publiek? En wat zijn de toekomstplannen? Bovendien
wil hij graag weten wat de toehoorders ervan vinden. Als gebruikers hun stem
laten horen, kan in de verdere uitbouw van de Digitale Stamboom met hun wensen
rekening worden gehouden.
Kwaliteit in de genealogie - de heer N. Plomp, plv. directeur
van het Centraal Bureau voor Genealogie.
Genealogie is al lang niet meer de vrijetijdsbesteding van een select publiek.
Ieder die dat wil kan zelf op onderzoek uitgaan. Zoeken in het resultaat van onderzoek
dat anderen reeds deden, of in archieven, waar indices en bronbewerkingen het werk
vergemakkelijken en veelgebruikte bronnen in kopie of op microfiche te raadplegen zijn.
Mogelijkheden genoeg, maar hoe staat het met de kwaliteit van de genealogische
productie?
De spreker gaat met praktijk voorbeelden in op zaken als de methode van onderzoek,
kennis van zaken, beperking of uitbreiding van het onderzoek, specialisatie, publiceren
of niet, bronvermelding en controle, betrouwbaarheid, interpretatie, hypothese en bewijs,
toekomstperspectief.
Genealogie voor beginners - de heer ing. F.H.J. van Aesch.
Leidraad voor de beginnende genealoog, maar niet alleen de beginnende, zal de vraag
zijn, wat men allemaal van de ouders, grootouders, enz., wel of niet overleden, zou
willen weten. In wat voor gezin ze zijn opgegroeid, welke school, hobbies, eerste baan
en eventuele carriere, enz. hebben ze gehad? En natuurlijk ook hoe men de echtgeno(o)t(e)
heeft ontmoet. Eigenlijk moet men als genealoog haast ongepast nieuwsgierig zijn.
Daarna komt de vraag wat men eigenlijk wil uitzoeken. Een stamreeks, genealogie of
wellicht een kwartierstaat. Deze begrippen zullen kort toegelicht worden.
Het zoeken naar de "harde" data, zoals geboortedatum, trouwdatum en
overlijdensdatum zal behandeld worden tot aan het begin van de Burgerlijke Stand en
Bevolkingsregisters.
Dan komen vervolgens andere primaire bronnen ter sprake: Doop-, Trouw- en Begraafboeken.
Een belangrijk punt is, waar deze bronnen zich bevinden en hoe ze te raadplegen zijn.
Ook zal aandacht besteed worden aan andere beschikbare bronnen uit de 18e, 19e en de 20e
eeuw. Voorbeelden: kadaster, notarieel archief, rechterlijk archief, weeskamer archief, enz.
Automatisering op het Centraal Bureau voor Genealogie - de heer
dr. A.J. Lever, directeur van het Centraal Bureau voor Genealogie.
Enkele jaren geleden is binnen het Centraal Bureau voor Genealogie begonnen met
automatiseringsprojecten ten aanzien van (de ontsluiting van) collecties.
Allereerst werd begonnen met het realiseren van een primaire toegang op de
collecties in de vorm van de CBG-catalogus. Deze bevat op dit moment ingangen
op een kleine 300.000 onderdelen van collecties. Ingegaan zal worden op aspecten
van de realisering van deze catalogus, de wijze van ontsluiten en de verdere
ontwikkelingen.
Op de catalogus volgen de nadere toegangen op collecties. Voorbeelden hiervan zijn
het geautomatiseerde "Genealogisch Repertorium" en de in opbouw zijnde
Heraldische Databank.
Tenslotte volgen de volledig geautomatiseerde collecties. De belangrijkste hiervan
is het gegevensbestand met betrekking tot overledenen die opgebouwd wordt uit de
Gemeentelijke Basisadministratie, het geautomatiseerde systeem dat de bekende
persoonskaarten heeft opgevolgd. Daarnaast zullen ook enkele bestaande collecties
digitaal toegankelijk gemaakt worden.
Tot slot zal worden ingegaan op de presentatie van het CBG op Internet. Welke
mogelijkheden biedt deze internet-site? Wat kun je er mee en wat niet?
Bij alle bovengenoemde onderwerpen zal ingegaan worden op de actuele ontwikkelingen.
-
Genealogisch computerprogramma Pro-Gen - de heer ing. J.
Mulderij.
Tijdens de lezing over Pro-Gen zullen de volgende onderwerpen aan de orde komen :
- Algemene opzet van het programma.
- Invoeren van gegevens via het relatieschema.
- Zoeken en selectie van gegevens.
- Controle van de gegevens.
- Uitvoer van een grafisch schema.
- Tekstuitvoer met de bijbehorende instelmogelijkheden.
- Tekstuitvoer opslaan als WordPerfect of MS-Word bestand.
- Tekstuitvoer opslaan als Internet pagina t.b.v. uw homepage.
Daarnaast kunnen er uiteraard vragen gesteld worden.
Genealogie op Internet - de heer ing. D. Korbee, Genealogische
Vereniging Prometheus.
Met de naam Internet duiden we het wereldwijde netwerk van computernetwerken aan. Deze
computernetwerken zijn netwerken van universiteiten, overheden en bedrijven, verspreid
over de gehele wereld, die vrij toegankelijk zijn gemaakt. Elke op zo'n computernetwerk
aangesloten computer kan hierdoor informatie die, waar ook ter wereld, op een andere
aangesloten computer opgeslagen is inzien en zelfs verkrijgen. Tegenwoordig zijn er
zo'n 50 miljoen computers, verdeeld over bijna 200 landen aangesloten.
Hierdoor is Internet tegenwoordig de plaats waar een steeds toenemend aantal mensen
informatie uitwisselt. Dit geldt evenzo voor genealogen, archieven en genealogische
verenigingen.
In 1995 kwamen het Rijksarchief in Overijssel en het gemeentearchief Zwolle met
informatie betreffende de inhoud van hun archieven (overzicht en inventaris op Internet.
Daarna volgden het Gemeentearchief Delft met de Digitale Stamboom (1997) (inmiddels
gevolgd door de Archiefdienst voor Kennemerland) en de Rijksarchiefdienst met GenLias,
waar nu informatie over gemeenten in de provincies Drenthe, Flevoland, (Schokland, Urk
en vanaf 1942: de Noordoostpolder), Friesland, Noord-Brabant en Utrecht opvraagbaar is.
Daarnaast is Internet een makkelijke en relatief goedkope manier voor genealogen om
onderling in kontakt te komen en informatie uit te wisselen. Dit gebeurt met E-mail.
Een genealoog stuurt, op een voor hem geschikt moment, een andere genealoog bij
voorbeeld een bericht over een gemeenschappelijke voorouder. De ontvangende genealoog
krijgt dat bericht in zijn computer wanneer hij, op een door hem gekozen tijdstip
(later dan de verzending), kontakt maakt met zijn Internet provider. Hij kan dat
bericht desgewenst bevestigen, uitprinten en/of direkt in de lopende versie van
een artikel in zijn tekstverwerker opnemen.
Ook is Internet een goede manier om vragen aan een "grote", maar vooral
groeiende groep genealogen te kunnen stellen. Rond veel onderzoekgebieden zijn
"discussiegroepen" gevormd. Deze discussiegroepen heten Usenet newsgroups.
Ze zijn er b.v. over de Benelux, Frankrijk, Noorwegen, achternamen, enz. en heten
dan soc.genealogy.benelux, soc.genealogy.french, soc.genealogy.nordic,
soc.genealogy.surnames, enz.; in totaal 19, waarbij surnames is uitgesplitst in
achternamen in 7 landen/taalgebieden. Een bericht naar zo'n nieuwsgroep wordt
gedurende enige tijd in een computer bewaard en iedereen die verbinding met deze
nieuwsgroep maakt ziet het en kan eventueel reageren. Dit reageren kan direkt naar
de zender van het bericht zijn, maar (vooral wanneer de reageerder meent dat het
antwoord voor meer mensen van belang kan zijn) vaak ook naar de nieuwsgroep, zodat
iedereen het kan lezen.
Doordat er zo veel informatie op de computers van Internet staat is het moeilijk het
kaf van het koren te onderscheiden. Om dat mogelijk te maken zijn er programma's
ontwikkeld die het Internet afzoeken naar onderwerpen. Deze programm's, search
engines genaamd, kunnen we gebruiken om de plaatsen (computers) waar een artikel
over een bepaald onderwerp staat te vinden. Bekende zoekprogramma's zijn: Alta
Vista, Infoseek, Yahoo, enz. Deze zoekprogramma's kunnen we ook gebruiken om
naar een achternaam te zoeken. Er zijn echter ook meer gespecialiseerde programma's
om b.v. E-mail adressen van mensen te zoeken. Een voorbeeld hiervan is het programma
Bigfoot, Four 11, Who Where, enz..
Tenslotte zijn vooral de landelijke on-line telefoonboeken zeer geschikt om namen in
binnen- en buitenland te vinden.
Genealogische Vereniging Prometheus / TUDelft / E-mail: dkorbee@si.tn.tudelft.nl
Laatst gewijzigd: 20 augustus 1998